>
Negro-Spirituals en Gospels

Gospelmuziek is een zangvorm, die aan het eind van de 17de eeuw ontstaan is op de Amerikaanse katoenvelden onder de zwarte slaven. Zij vermengden hun Afrikaanse muziek, zang en dans, met de Presbyteriaanse kerkmuziek en zang, welke vanuit Engeland in de nieuwe wereld gepredikt werd en door de slaven-eigenaren aangehangen werd. In de loop der tijd stichtten deze zwarte Amerikanen hun eigen kerken, waarin deze Afro-Amerikaanse Black Gospel Music verder ontwikkeld werd. Het verspreidde zich via songpublikaties, concerten, opnames en later via radio en tv uitzendingen.

De belangrijkste stimulator voor "zwarte" gospelmuziek lijkt de opkomst van de Pinkstergemeenten aan het einde van de 19e eeuw te zijn geweest. Opnamen van preken van dominees van de Pinkstergemeente waren erg populair onder de zwarte amerikanen in de 20-er jaren, en aanhoudend werden deze preken, onder begeleiding van koren en musici, waarbij de gemeente enthousiast meedeed, uitgezonden, zodat uiteindelijk de zwarte gospel (god-spell betekent letterlijk "goed verhaal") ook het blanke publiek bereikte.

De stemmen van de predikers van de zwarte gospel werden uiteraard beinvloed door de seculiere zangers en omgekeerd. Onder verwijzing naar de bijbeltekst uit psalmen, zoals psalm 150 "Alles wat ademt, looft de Heer" verwelkomden de Pinkstergemeentes piano's, orgels, banjo's, gitaren, andere snaarinstrumenten en een beetje koper in hun diensten.
Koren lieten vaak de extremen van het bereik van de vrouwelijke stem horen, als tegenwicht voor de predikant.
Geimproviseerde, verhalende passages en extravagante expressiviteit karakteriseren zwarte gospelmuziek.
Andere vormen van gospelmuziek laten straatpredikanten zien, die zichzelf begeleiden op de akoestische gitaar, individuele artiesten met hun bands en a capella zingende mannelijke kwartetten.